eerste 'ketterijen'
De eerste 'ketterijen' / 'afwijkingen' die bestreden werden in de kerk geven ons inzicht in hoe de kerk er toen mee omging en wat ze inhielden.
Het montanisme was een van de eerste radicale bewegingen binnen het vroege christendom, opgekomen in de 2e eeuw n.Chr. in Frygië (huidig West-Centrraal Turkije). Deze beweging, gesticht door Montanus, een voormalig heidens priester, benadrukte de gave van profetie en een strikte, ascetische levensstijl. Hoewel het montanisme uiteindelijk als afwijkend werd bestempeld, biedt het waardevolle inzichten in de spanning tussen emotie en traditie in het christelijk geloof – een thema dat vandaag de dag nog steeds relevant is.
Marcion (ca. 85–160 n.Chr.) was een welvarende koopman en scheepseigenaar uit Pontus (huidig Turkije). Als zoon van een bisschop werd hij uit de kerk gezet, mogelijk door theologische meningsverschillen of morele schandalen. In Rome bouwde hij een reputatie op door financiële giften aan de kerk, maar al snel begon hij radicale leringen te verspreiden die het vroege christendom op zijn kop zetten.
Docetisme (afgeleid van het Griekse dokein, "schijnen" of "lijken") was een vroege christologische opvatting die in de 1e en 2e eeuw opkwam. Het docetisme ontkende de echte menselijkheid van Jezus Christus en leerde dat Hij alleen maar leek alsof Hij een menselijk lichaam had. Volgens deze opvatting was Jezus’ lichaam een schijnbaar of spiritueel lichaam, en leed Hij niet echt aan het kruis.
Het antinomianisme (van het Griekse anti = tegen en nomos = wet) is de opvatting dat een christen niet langer gebonden is aan Gods morele wet. Omdat de gelovige door genade gerechtvaardigd is en niet door werken van de wet, zou de wet geen gezag meer hebben over zijn leven. In sommige vormen leidt dit tot de gedachte dat gehoorzaamheid aan Gods geboden niet noodzakelijk is, of zelfs schadelijk is voor het geestelijk leven.
Het Messalianisme (ook wel Euchitisme, van het Griekse euchitai = "bidders") was een ascetische beweging die in de vierde eeuw ontstond in Syrië en Mesopotamië. De naam Messalianen komt van het Syrische woord mṣallyānē, dat eveneens "bidders" betekent. Deze beweging ontstond in een periode waarin de kerk, na de legalisering door Constantijn de Grote (313 n.Chr.), steeds meer geïnstitutionaliseerd raakte. Het Messalianisme kan gezien worden als een reactie op deze institutionalisering, waarbij een groep gelovigen de nadruk legde op persoonlijke geestelijke ervaring boven kerkelijke structuren en sacramenten.
Is een ketterij die door de kerk (bij de derde poging van Augustinus) werd veroordeeld, maar nooit daadwerkelijk als zodanig heeft bestaan, zelfs Pelagius zelf geloofde slechts in een half punt van de 14 punten die Augustinus aan de het Pelagiansime toeschreef. Het onderzoek van dr. Ali Bonner legt precies de vinger op de zere plek. In haar reconstructie van het proces in Diospolis (415 n.Chr.) laat ze zien hoe Augustinus veertien specifieke aanklachten formuleerde om Pelagius in de val te lokken.